|
Aanloopkosten
Alle kosten die gemaakt worden tijdens de startperiode van een onderneming.
Administratie-consulent (AA)
Dit is een gespecialiseerde accountant en adviseur voor het midden- en
kleibedrijf.
Achtergestelde lening
Een lening waarop in geval van faillissement eerst terugbetaling
vindt nadat alle andere crediteuren zijn betaald.
Activa
De balansposten op de linkerzijde van de balans: bezittingen en
debiteuren (vorderingen).
Afschrijving
De boekhoudkundige verwerking van waardevermindering door slijtage,
veroudering, prijsdaling of anderszins.
Algemene voorwaarden
Voorwaarden waaronder leveringen plaatsvinden, als zodanig gedeponeerd bij
de Kamer van Koophandel.
Balans
Het overzicht van bezittingen en vorderingen (activa) gesteld tegenover de
daarop betrekking hebbende wijze van financiering (passiva) op een bepaalde
datum.
Betalingstermijn
Termijn waarbinnen betaald moet worden.
Betalingsvoorwaarden
Overeengekomen voorwaarden waaronder een debiteur zal betalen.
Borgstellingskrediet
Een door de overheid gegarandeerd krediet voor de
financiering van de bedrijfsuitrusting en/of het vergroten van het
bedrijfskapitaal.
Brutowinst
Omzet minus inkopen.
Crediteur
Een persoon of een onderneming (schuldeiser) met een vordering op
een andere persoon of onderneming (schuldenaar).
Debiteur
Een persoon of een onderneming met een schuld (schuldenaar) aan een andere
persoon of onderneming (schuldenaar).
Eigen vermogen
Het saldo van bezittingen (activa) en schulden(passiva) zoals die op de
balans van een onderneming vermeld staan.
Incasso
De inning van vorderingen.
Investering
Het beleggen van geld of het aanschaffen van productiemiddelen ter
verkrijging van een meeropbrengst.
Jaarrekening
De balans en de winst- en verliesrekening met de toelichting die een
onderneming na afloop van een boekjaar verplicht is op te maken.
Kortlopend krediet
Een krediet met een looptijd van maximaal twee jaar.
Kredietfaciliteit
Het geheel aan kredietvormen waarover een onderneming bij een bank beschikt.
Kredietlimiet
De bovengrens van een kredietfaciliteit waarvan de kredietnemer wisselend
gebruik kan maken, zoals bij een rekening courant krediet.
Langlopend krediet
Een krediet met een looptijd van tien tot vijfentwintig jaar.
Leveringvoorwaarden
De op schrift gestelde en veelal bij de kamer van koophandel gedeponeerde
voorwaarden op basis waarvan de levering van goederen of diensten van een
onderneming standaard plaatsvindt.
Liquide middelen
Direct beschikbare middelen.
Liquiditeit
De mate waarin een onderneming in staat is om aan de lopende financiele
verplichtingen te voldoen.
Middellang krediet
Krediet met een looptijd tot maximaal tien jaar.
Nettowinst
Brutowinst minus kosten.
|
|
Offerte
Een voorstel tot het aangaan van een overeenkomst, dat zijn kracht verliest
door tijdsverloop of herroeping.
Omzet
Het totaal van alle verkopen.
Omzetbelasting
Een belasting die de ondernemer aan de fiscus verschuldigd is over de omzet
van zijn bedrijf.
De ondernemer mag de aan de toeleveranciers betaalde omzetbelasting (BTW)
daarop in mindering brengen, zodat hij alleen omzetbelasting betaalt over de
waardevermeerdering die het produkt of dienst ondergaat.
Onderverzekering
Een verzekering waarbij de verzekerde som lager is dan de waarde van het
verzekerd belang.
Rechtsvorm
De juridische status van een onderneming. In het bijzonder van belang voor
de aansprakelijkheid van de leiding en de eigenaren van de onderneming.
Rekeningcourant krediet
Een krediet dat via een rekening courant wordt verleend. Is een
dergelijk krediet eenmaal afgesproken, dan kan de rekeninghouder tot de
afgesproken limiet krediet opnemen zonder nader overleg met de bank.
Rentabiliteit
De mate waarin winst wordt gemaakt met het geinvesteerde kapitaal.
Resultatenrekening
Winst- en verliesrekening.
Risicodragend vermogen
Het eigen vermogen van de onderneming plus eventuele achtergestelde
leningen.
Solvabiliteit
De verhouding tusse4n het eigen vermogen en het vreemd vermogen. De
solvabiliteit geeft aan in hoeverre een onderneming in staat is vanuit het
eigen vermogen eventuele financiele tegenvallers op te vangen.
Surseance van betaling
Gerechtelijke opschorting van betalingen van schulden, geregeld in de
faillissementswet.
Variabele kosten
Kosten per eenheid geproduceerd produkt (aanvullend op de vaste kosten).
Vaste activa
Investeringen waarin geld langer dan een jaar wordt vastgelegd (machines,
onroerend goed .e.d.).
Vaste kosten
Kosten die worden gemaakt los van het feit of er verkoop plaatsvindt.
Vennootschapsbelasting
Belasting die wordt geheven over de winst van bv. een besloten vennootschap.
|
Vermogen
Het totale bezit aan geld, goederen, rechten en vorderingen na aftrek van
verplichtingen.
Vervaldatum
Datum waartop een contractueel overeengekomen betaling moet worden verricht.
Vlottende activa
Investeringen die binnen eeen jaar weer in geld worden omgezet (voorraden,
debiteuren e.d.).
Vreemd vermogen
Het totaal van de door een onderneming aangegane schulden.
Winst- en verliesrekening
De staat waarin de opbrengsten en kosten van een onderneming worden
aangegeven met als resultaat een winst of verlies (=
resultatenrekening).
Zekerheden
Algemene benaming voor alles wat een geldschieter vraagt om bij eventuele
opeising de voldoening van hoofdsom, renten en kosten van een verleend
krediet veilig te stellen.
|